Hoe duurzaam is eigenlijk 'het internet'?

De afgelopen jaren is het internetgebruik gegroeid naar meer dan drie miljard gebruikers. Dat is 40 procent van de wereldbevolking terwijl in 1995 nog maar minder dan 1 procent gebruik maakte van het internet.

Deze sterke groei leidt tot een verandering in energieverbruik. Alleen al via Google worden per jaar meer dan één triljoen zoekopdrachten ingevoerd. Op dit moment wordt vijf tot tien procent van de mondiale elektriciteit verbruikt aan de apparaten waarmee je internet op gebruikt, de internetnetwerken en de opslagcentra van data. Deze ontwikkeling heeft consequenties op het milieu. Geschat wordt dat alleen al de jaarlijkse hoeveelheid aan spam e-mails net zoveel CO2 uitstoot met zich meebrengt als dat van één miljoen auto’s.

Het goede nieuws is dat, mede door inspanning van milieuorganisaties, de grootste internetbedrijven hun datacentra voorzien van duurzame energieopwekking. Een uitgebreid verslag hiervan is te lezen in het Greenpeace rapport: ‘Click Clean: How companies are creating the green internet’.

Er zijn echter nog steeds datacentra en hostingbedrijven die energie opwekken door middel van fossiele brandstoffen. De stichting, ‘The Green Web Foundation’, een Nederlands initiatief opgericht in 2007, stimuleert internetbedrijven om over te stappen op duurzame stroom. Aan dit initiatief kan iedereen meehelpen door de Green Web app te installeren om te kijken of jouw eigen hostingbedrijf op een groene manier wordt gehost. Wanneer dit een grijze host blijkt te zijn, kun je deze partij toevoegen aan de ‘grijze lijst’.

Aangezien het internetgebruik de komende jaren alleen maar toe zal nemen, is het van belang dat wij nu zorgvuldig omgaan met hoe internetbedrijven hun stroom opwekken. De massale zoekopdrachten in combinatie met de vele elektrische apparaten hebben een verrassend negatief effect op het milieu. Door initiatieven zoals The Green Web Foundation kunnen passende maatregelen worden getroffen.

*Deze blog is geschreven door Marieke Wijnands, bestuurslid JMA. Dankjewel!